JEUGDOPLEIDINGSPLAN
ALGEMENE DOELSTELLINGEN
- Kinderen opleiden tot jonge voetballers die de betrachting hebben een zo compleet mogelijk voetballer te worden.
- Kinderen helpen plezier te beleven in en door de voetbalsport.
- Leren ervaren dat voetbal een teamsport is waarbij het individuele belang ondergeschikt is aan het ploegbelang.
- De opleiding als jeugdvoetballer heeft de bedoeling voetballers te vormen tot spelers die geschikt en bereid zijn te functioneren in het 1ste seniorenelftal of het Dameselftal van SV Groenendaal.
- Om dit zo goed mogelijk te realiseren, engageert de club trainers die
- een trainersdiploma bezitten;
- en/of een pedagogische scholing of achtergrond hebben;
- en/of de eigenheid en de geplogenheden van de club kennen en aanvoelen;
- en bovendien openstaan om zich bij te scholen door deelname aan activiteiten ingericht door de Trainingsgroepering Vlaanderen.
- Om een goede teamgeest te verkrijgen, ligt de nadruk eveneens op de sociale ontwikkeling van de spelers. De club schenkt aandacht aan dit sociale luik door:
- De organisatie van 5x5-tornooien.
- De organisatie van nevenactiviteiten zoals de kinderquiz, de kinderfuif.
- Het laten naleven van het fairplayreglement en een ethisch charter (zie bijlage).
- Het bevorderen van engagement en verantwoordelijkheidszin door het inschakelen van jeugdspelers uit de oudste leeftijdscategorieën als assistent-trainer bij de pupillen en mini miniemen.
OPTIES
- Indeling: In principe worden de spelers ingedeeld volgens leeftijd. Spelers die voetbaltechnisch en mentaal vooruit zijn t.o.v. hun leeftijdsgenoten worden naar een hogere leeftijdscategorie doorgeschoven. Dit om hun ontwikkeling niet af te remmen. Anderzijds laat de club de beginnende voetballers desnoods in een lagere categorie aanpikken.
- Resultaat: Het resultaat is ondergeschikt aan de beleving. Uiteraard wordt gespeeld om te winnen, maar ook bij een nederlaag is een positieve ingesteldheid van en voor iedereen (spelers-begeleiders-ouders) van essentieel belang.
- Spelsysteem: Het spelsysteem dat gehanteerd wordt hangt af van factoren zoals:
- De spelers die beschikbaar zijn.
- De keuze van de begeleider(s).
Toch wordt van bij de jongste leeftijdscategorie getracht om stapsgewijs vaste
afspraken te integreren. Hierbij wordt o.a. gewerkt aan:
- Het inwerpen door de achterste flankspeler.
- Het innemen van de juiste positie bij hoekschoppen en vrijschoppen.
- Het aansluiten van de verdedigers bij balbezit.
- Het opzoeken en vergroten van de ruimte bij balbezit.
- Het terugplooien van de middenvelders bij balverlies.
- Het verkleinen van de ruimte bij balverlies.
- Het leren praten tegen en coachen van de medespelers.
- Speelgelegenheid: Iedere speler die zich aan de gangbare afspraken houdt, het fairplayreglement respecteert en aanwezig is op de trainingen krijgt voldoende speelgelegenheid en wordt opgesteld.
SPECIFIEKE OPTIES EN DOELSTELLINGEN PER LEEFTIJDSCATEGORIE
Pupillen
- Kennismaking met de voetbalsport.
- De beleving (fun) staat centraal.
- De algemene coördinatie tussen oog-hand-voet verfijnen.
- De algemene balvaardigheid stimuleren (baas over de bal).
- Leren passen en aanname met binnenkant voorkeurvoet.
- Zich leren verplaatsen zonder bal.
- De plaats op het veld ontdekken.
Mini miniemen
- Overschakelen van een spelsysteem van 7 spelers naar een spelsysteem met 9.
- Op een correcte manier inwerpen.
- Een hoekschop kunnen trappen en de juiste positie bij een hoekschop (voor of tegen) innemen.
- Balvaardigheid verder ontwikkelen.
- De veldbezetting afspreken.
- De juiste verdedigende positie innemen.
- Trachten reeds in één tijd te voetballen.
- Na balverovering in balbezit blijven.
- De ‘mindere’ voet gebruiken.
- Het duel leren aangaan.
Miniemen
- Overschakelen van een spelsysteem van 9 spelers naar een spelsysteem met 11.
- De buitenspelregel begrijpen en toepassen.
- De tweevoetigheid verder verfijnen.
- Een spelsysteem kunnen hanteren.
- Leren spelen in één tijd.
- Zich aanspeelbaar leren opstellen.
- De 1-2 beweging uitvoeren.
- Een hoge bal kunnen trappen.
- Met de buitenkant van de voet passeren.
- De tegenstander in balbezit onder druk zetten.
- Leren koppen.
- Een lage vlakke bal trappen en aannemen.
Cadetten
- De snelheid van uitvoering verhogen.
- Spel in 2 tijden.
- De juiste verdedigende positie innemen.
- Kunnen verdedigen door interceptie.
- Zorgen voor de eigen aanspeelbaarheid.
- Bij passing naar de bal leren toegaan.
- Een schijnbeweging uitvoeren.
- De dribbel laten volgen door een tweede actie.
- De buitenspelregel kunnen toepassen.
- De keuze tussen dribbel en pass leren maken.
- De juiste pass (korte of lange, diagonale pass, flankvoorzet) kiezen en toepassen.
- Hoge ballen aannemen.
- Kennismaken met de principes van de zonedekking.
Scholieren
- Verfijnen hoge pass.
- De voorkeurvoet vervolmaken en de zwakke voet oefenen en gericht gebruiken.
- De buitenspelval hanteren en omzeilen.
- Gepast leren versnellen.
- Spelen in 1 tijd.
- Op balbezit kunnen spelen (bal in de ploeg houden).
- Volle wreeftrap.
- Standaardsituaties bij stilstaande fases aanleren en gericht toepassen.
- De terugspeelbal, de vluchtpass en het vluchtschot, de deviatie oefenen en gebruiken.
Junioren
- Een spelsysteem en de daaraan gekoppelde veldbezetting toepassen.
- Traptechnieken herhalen.
- Collectieve tempowisselingen (balbezit/balverlies) uitvoeren en invoegen.
- Op verschillende posities leren spelen.
- De dribbel doelgericht gebruiken.
- Tijdens het spel van positie wisselen.
- De juiste pass kiezen en gebruiken.
- De dribbeltechnieken (leiden, recht, zigzag, slalom, draaien, keren) toepassen.
- Hoge ballen gericht aannemen.
